get password

Gedrocht voor de deur | De Volkskrant

Gedrocht voor de deur

Pakhuis Wilhelmina in Amsterdam is recent gerestaureerd. Nu dreigt dit complex deels te verdwijnen onder een nieuwbouwkolos die over het pakhuis heen wordt gebouwd....

 

Webdesigners, beeldhouwers, filmmakers, architecten, zangers, schilders, meubelmakers en pianorestaurateurs. De creativiteit in Pakhuis Wilhelmina, voormalig opslagplaats van cacao aan de Amsterdamse IJhaven, lijkt oneindig. Ook voor de buitenkant zijn er kunstzinnige plannen, al denken de gebruikers van het pakhuis, een internationaal gezelschap van 120 kunstenaars, daar heel anders over.

Over twee maanden wordt Pakhuis Wilhelmina aan het oog onttrokken, want geheel overkapt door een 'tafel' ter grootte van een voetbalveld. De tafel bestaat uit een stalen constructie, aan de bovenzijde afgedekt met houten bielzen een echte blikvanger, een kunstwerk, zij het tijdelijk.

De tafel dient namelijk enige tijd ter bescherming van het pakhuis en de daarin gevestigde ateliers. Binnenkort moet namelijk vanaf het water en de kade zwaar materieel over het dak naar de voorzijde worden getakeld. Aldaar wordt met een snelheid van een slordige meter per week een betonnen appartementencomplex opgetrokken dat nu al naam heeft gemaakt als gedrocht.

Dit complex, Chicago gedoopt, verrijst pal voor de voordeur van Pakhuis Wilhelmina. Een deel van Chicago wordt bovendien over Pakhuis Wilhelmina heen gebouwd, tot 33 meter hoog, met veertig centimeter ruimte tussen het dak van het pakhuis en de onderkant van de nieuwbouw. Het pakhuis, een monument uit 1898 en recent geheel gerestaureerd, wordt op die manier gedeeltelijk met beton ingepakt.

In deze nieuwe 'overkapping' komen twintig sociale huurwoningen, waarschijnlijk de duurste sociale woningbouw ooit. Met uitzicht over de IJhaven en op het in internationale architectuurkringen hoog geprezen Java-eiland. Onder de vloer ligt het voor de bewoners onzichtbare monumentale Pakhuis Wilhelmina.

Loft living on the urban edge, luidt de wervende kreet aan de voormalige Oostelijke Handelskade.

Waar ooit schepen werden gelost en goederen opgeslagen in grote pakhuizen, verrijzen 212 koop-en huurwoningen met parkeergarage. Plus 'commerci units', totaal 2900 vierkante meter. Aanbieders: OCNA, Ontwikkelingscombinatie Nieuw Amerika, waarin Wooncoatie IJmeren (het voormalige Woningbedrijf Amsterdam), woningbouwvereniging Het Oosten en de projectontwikkelaar Johan Matser samenwerken.

Het bedrijf kreeg de naam 'Nieuw Amerika', omdat de bebouwing niet beperkt blijft tot Chicago. Aan de Handelskade zijn ten westen van Chicago de kolossen Boston en Detroit in aanbouw. De bedoeling was, aldus de Rotterdamse architecte Birgit Rapp, om de nieuwbouw te integreren met de drie bestaande pakhuizen aan de IJhaven: Wilhelmina, pakhuis Australin Vrieshuis Amerika.

Het 19e-eeuwse Pakhuis Australierd twee jaar geleden echter in de as gelegd, terwijl Vrieshuis Amerika enkele jaren eerder tegen de vlakte ging als onbruikbaar voor welke integratie dan ook. Bleef over Pakhuis Wilhelmina, in werkelijkheid een sta-in-deweg voor de prestigieuze nieuwbouw aan deze IJ-oever. Het liefst, zo lijkt het wel, had Chicago het pakhuis willen verzuipen in het water.

Architect Rapp wijst mede namens haar man Christiaan Rapp, eveneens architect, deze indruk van de hand. 'Integendeel', zegt zij. Het pakhuis had juist echt onderdeel moeten worden van Chicago, met elkaar verbonden door glazen wanden en een gemeenschappelijke entree. 'We hebben veel meer plannen ingediend, maar ze zijn helaas steeds weer verworpen door de eigenaars, de stichting Pakhuis Wilhelmina.'

De stichting verwierf het pand eind jaren tachtig gekraakt door kunstenaars in 2002 voor het symbolische bedrag van 1 gulden. De verkoop werd mogelijk nadat Amsterdam het pakhuis had aangewezen als 'broedplaats', vestigingsplaats voor veelbelovende kunstenaars. De stichting op haar beurt verhuurt de ateliers.

De transactie was slechts mogelijk als de stichting akkoord ging met de bouwplannen van Chicago, inclusief de overkapping, waardoor veel ateliers van het buitenlicht worden afgesloten. 'Met het mes op de keel', zegt stichtingsvoorzitter Carolien Feldbrugge, die destijds de onderhandelingen leidde. Volgens Feldbrugge zijn de bouwplannen zo vaak gewijzigd dat 'de goede smaak door de gootsteen is verdwenen'.

De bouw van Chicago vordert inmiddels gestaag en zou, ondanks een lopende procedure over de brandveiligheid voor de Amsterdamse rechtbank, over anderhalf jaar gereed kunnen zijn als er zich deze week niet iets merkwaardigs had voorgedaan.

Afgelopen maandag kregen de advocaten van de procederende partijen de gemeente, de projectontwikkelaar en de verenigde huurders van Pakhuis Wilhelmina een telefoontje van de griffier van de rechtbank. Rechter Guus Letschert, zo kregen zij te horen, had zich teruggetrokken van de zaak omdat hij had vernomen dat zijn broer Peter projectleider was geweest van Chicago.

Het besluit van de rechter om zich terug te trekken was, aldus de griffier, genomen op 23 januari, een dag na de zitting waarin de huurders van het pakhuis in kort geding een onmiddellijke bouwstop van Chicago hadden get wegens brandonveiligheid.

Rechter Letschert vond het evenwel geen probleem om alsnog een tussenvonnis te wijzen (gedateerd 4 februari) nadat hij zich had teruggetrokken. De reden die hij hiervoor aangaf, was dat zijn broer sinds augustus vorig jaar een andere werkgever heeft en niet langer is betrokken bij Chicago. Bovendien, aldus een dag later de schriftelijke toelichting van de rechtbank, hadden de rechter en zijn bijzitter het vonnis eigenlijk al mondeling gewezen, direct na de zitting van 22 januari, toen hij nog niet wist dat zijn broer bij het project betrokken was geweest.

Het tussenvonnis van Letschert luidde als volgt: de vlucht-en brandveiligheid is door de ontwerpers onvoldoende onderzocht, maar niet onvoldoende genoeg om een bouwstop te rechtvaardigen.De bouwers kregen opdracht nog eens naar de brandveiligheid te kijken en hem, de rechter, daarvan op 28 april verslag te doen.

De huurders reageerden in eerste instantie verheugd. De rechter had hen immers in het gelijk gesteld: de overkapping van hun pakhuis door Chicago zou in geval van brand een levensgevaarlijk schoorsteeneffect tot gevolg hebben. Op 28 april, zo was de verwachting, zou blijken dat die hele overkapping niet deugde omdat zij eenvoudigweg niet brandveilig is te maken.

Hun advocaat, Henri Sarolea, was minder enthousiast. 'Als het niet brandveilig is, waarom dan geen onmiddellijke bouwstop?' En waarom, zo vroeg hij zich tevens af, had dat kort geding zo lang op zich laten wachten, terwijl hij het al in november vorig jaar had aangespannen? Sarolea kreeg nog meer argwaan toen rechter Letschert de vervolgzitting vastlegde op 28 april. 'Een halfjaar voor zo'n spoedeisende zaak is niet normaal. Dat is rechtsweigering.'

Een bouwstop, dat is duidelijk, zou voor Ontwikkelingscombinatie Nieuw Amerika ernstige financi gevolgen hebben gehad. Broer Peter Letschert, voormalig projectleider van Chicago: 'Ik werk sinds augustus niet meer bij Johan Matser en heb geen enkel belang meer bij Chicago. Dat ik door mijn broer zou zijn bevoordeeld, is dus onzin.'

Het indienen van een klacht tegen rechter Letschert wegens rechtsweigering leverde nog meer nieuws op. De advocaten kregen te horen dat het spoedeisende karakter ineens werd erkend: niet op 28 april, maar al deze maand, moet de projectontwikkelaar aantonen dat Chicago brandveilig is.

De allergrootste vraag, die op deze vervroegde vervolgzitting van 25 maart ook aan bod zal komen, blijft hoe het mogelijk is dat zowel gemeente als brandweer de vergunningen heeft verstrekt voor een zelfs volgens rechter Letschert brandgevaarlijk ontwerp.