get password

Carolien Feldbrugge 17-6-18

 

Toen ik voor het eerst het Pakhuis Wilhelmina binnen kwam zag ik een heel mooi charmant gebouw met robuuste vloerbalken gesteund door de gietijzeren pilaren. Daarin vele wonderlijke ruimten opgebouwd uit gasbetonblokken. De zolders waren immense open ruimten. Op plekken waar vroeger de laaddeuren hadden gezeten waren op de eerste 2 etages moderne ramen geplaatst, om dat het pakhuis een tijd gebruikt is geweest voor kunstopslag van de BKR, de Beeldende Kunstenaars Regeling, die nu niet meer bestaat. Eindelijk was ik aangeland waar ik wilde wezen.

 

Het gezamenlijk belang:

Bij binnenkomst, ofwel als je was toegelaten, werd een verplichte geldsom per maand gevraagd om een collectieve bouwpot te realiseren en daarmee commitment aan de community te onderschrijven. Want men wilde absoluut geen individuele free-riders in het pand toelaten. De eerste zomer is enorm veel vergaderd over wie waar kon neerstrijken, want dat stond nog niet vast. En ook hoe we het gebouw zouden gaan verwarmen, want het najaar was alweer aanstaande.

Optie zelf met hout-, of oliekachels te gaan klungelen werd afgewezen als zijnde te brandgevaarlijk in dit pakhuis met houten vloeren en dak. We dachten dat de kans groot was dat het gebouw zo, binnen twee jaar zou afbranden door onoordeelkundig individueel gestook. Daarmee werd ook het idee van aardgaskachels verworpen, want hoe zouden men hun rookgassen dan moeten afvoeren? 

Daarom werd besloten de 2 oude CV's en blowerkachels op zolder weer aan de praat proberen te krijgen. Dat was een groot project: op veel plaatsen waren de dikwandige leidingen kapot gevroren, alle radiatoren waren verdwenen en de waterpomp van de grootste ketel was kapot. Een loodgieter adviseerde de leidingen eerst te dichten met schroefdopjes, en de lekkages te repareren om het circuit op waterdruk te kunnen zetten en de ketel te testen. Toen die ketels nog bleken te werken konden we overal radiatoren zoeken: langs de weg bij de sloop etc etc. Ik ben nog nooit zo vaak bij Vimeta geweest voor onderdelen en advies als in die tijd. 

Toen dat plan eenmaal gerealiseerd was had het geen enkele zin meer om individueel toch eigenwijs met een houtkachel aan de gang te gaan, want iedereen moest toen verplicht gaan meebetalen voor het gas van de collectieve verwarmingssystemen. 

Daarnaast hebben we ook afgesproken dat er overal waar kon, doorlopende gangen zouden blijven waardoor er in geval van brand je altijd kon kiezen tussen twee (nood)uitgangen. Dus dat men niet door brand kon worden ingesloten. 

Vooral het maken van deze verwarmingssystemen heeft heel veel inspanning gekost, maar het was de moeite waard, omdat er een band ontstond tussen de aanpakkers. En natuurlijk dat het gebouw een overzichtelijke en veilige verwarming kreeg. Nòg belangrijker was het feit dat het gebouw als collectíef verwarmd werd, er kon op die manier per vierkante meters stookkosten in rekening worden gebracht. Dit kwam bovenop de maandelijkse bijdrage die al was afgesproken voor de bouwpot. Zo stevenden wij af op een vierkante meterprijs per atelier waar alle kosten naar rato waren inbegrepen.

Later begreep ik dat door deze keuzen en de gegeven situatie in het gebouw er voldoende gemeenschappelijk belang was om het pakhuis op een haalbare wijze een nieuwe functie te geven, de onze, en we haar in de toekomst voor sloop zouden kunnen behoeden door het gebouw aan te kopen: 

- Van af het aller eerste begin iedereen de verplichte bouwpot-bijdrage te vragen, 

- Voor één collectief verwarmingssysteem te kiezen,

- Er was slechts één ingang, waardoor ‘jouw deur ook mijn deur’ was. (De ruimten aan het maaiveld en het architectengedeelte waren al verhuurd aan andere bedrijven.) 

- Eén gezamenlijke gasmeter,

- Eén gezamenlijke elektrameter.

Dit waren de parameters waardoor het gebouw zich zelf kon organiseren langs de lijn van het gezamenlijk belang.

 

Daarna volgden:

- Eén vierkantemeter prijs, en de bijbehorende centrale administratie.

- Heldere afspraken en overeenkomsten, daardoor weinig huurderving.

- Verstandig financieel beheer, met o.a .bouw-reserven om een toekomstig plan voor het pand te kunnen financieren.

- Daardoor konden we ook bij een bank aankloppen. Immers als je minder nodig hebt dan de waarde van het pand zelf, is het voor een bank toch praktisch zonder risico om een hypotheek te verschaffen.

 

Vandaar dat ik mij heb ingespannen om dit fantastische- en duurzame gebouw voor de toekomst veilig te stellen. Vanuit ons perspectief moest het mogelijk zijn, maar voor de gemeente was dat een hele lange tijd totaal niet het geval, zelfs niet nadat de gemeenteraad het al had besloten bleef het Grondbedrijf ons plan maar traineren en onmogelijk maken.

 

Als je meer wil weten van mijn avonturen en botom-up projectrealisatie kun je het boek ‘Make your city’, van Eva de Klerk, Carolien Feldbrugge en Joost Zonneveld (dec.2017) kopen.

Dat boek gaat, naast de NDSM, ook over pakhuis Wilhelmina omdat het model heeft gestaan voor de NDSM-werf, Kinetisch Noord. 

De rode draad is de doorontwikkeling van de stadsontwikkelingstheorie 'Stad als casco’. Om destijds Wilhelmina in een groter politiek perspectief te zetten, heb ik van begin af aan deze stadsontwikkelingstheorie in de denktank 'Podium werken aan het IJ' mee-ontwikkeld. 

Deze theorie is toen der tijd al gepubliceerd in ‘Het Kerend Tij’, in opdracht van het 'Gilde van werkgebouwen aan het IJ’ 1997 waar ik ook bestuurslid van was.

In dit nieuwe boek ‘Make your city’ hebben we geprobeerd, naast de avonturen van Eva, de “stad als Casco-theorie’ meer naar de praktijk te vertalen, en onze verdere nieuwe ontdekkingen, ervaringen en parameters daaraan toe te voegen. Want ook in deze- en toekomstige tijd zullen er idealistische youngsters zijn die er niet vies van zijn om een ambitieus bottom-up ontwikkelingsproject aan te pakken.

Make your City:

ISBN

978-94-92095-41-1

€ 22,50 ook on-line te koop.